De Nederlandse Orde van Belastingadviseurs (NOB) vraagt het kabinet om op verschillende punten van het pakket Belastingplan 2027 meer duidelijkheid te bieden met het oog op de rechtszekerheid en uitvoerbaarheid.

De NOB vraagt onder meer om verduidelijking van de regeling voor ingeprijsde valutaresultaten en de wisselwerking daarvan met de earningsstrippingmaatregel. Ook plaatst de NOB vraagtekens bij de voorgestelde definitie van woon-werkverkeer voor de pseudo-eindheffing voor fossiele personenauto's. Volgens de NOB is onvoldoende duidelijk in hoeverre daarbij daadwerkelijk wordt aangesloten bij de BTW-regels en hoe bepaalde praktijksituaties moeten worden beoordeeld. De voorgestelde regeling lijkt eerder een zelfstandig regime voor de beoordeling van woon-werkverkeer te introduceren, aldus de NOB.

Verder vraagt de NOB bij de fiscale stimulering van start-ups en scale-ups om meer duidelijkheid over de uitsluiting van aandelenoptierechten die als lucratief belang kwalificeren. De organisatie pleit onder meer voor concrete voorbeelden en duidelijkheid over het moment waarop die kwalificatie moet worden beoordeeld. Ook wil zij meer informatie over het Expertisecentrum Werknemersparticipatie.

Ten slotte vraagt de NOB bij de veiligehavenregels in de Wet minimumbelasting 2024 om verduidelijking van de behandeling van opvolgende verrekenprijsaanpassingen in verschillende jaren.

Lees de hele reactie.

Bron: NOB

Informatiesoort: Nieuws

Rubriek: Belastingrecht algemeen, Inkomstenbelasting, Loonbelasting, Vennootschapsbelasting, Minimumbelasting

Dossiers: Prinsjesdag 2026

23

Gerelateerde artikelen