Minister Heinen van Financiën wil de handhaving van de UBO-registratieplicht voor verenigingen en stichtingen niet pauzeren. Organisaties die hun UBO’s nog niet hebben geregistreerd, krijgen wel eerst de gelegenheid om dit alsnog te doen voordat een sanctie volgt. Dat schrijft hij aan de Tweede Kamer naar aanleiding van Kamervragen van het lid Flach (SGP).

De Dienst Financieel-Economische Integriteit (DFEI) handhaaft sinds 1 januari 2026 de verplichtingen rond het UBO-register. Juridische entiteiten, waaronder verenigingen en stichtingen, die hun UBO’s nog niet hebben geregistreerd, ontvangen eerst een waarschuwing en krijgen een termijn om alsnog aan hun registratieplicht te voldoen. Er wordt niet direct een boete opgelegd.

Als een organisatie na een waarschuwing nalatig blijft, kan DFEI handhavend optreden. Daarbij wordt rekening gehouden met de houding van de betrokken organisatie. Goedwillende entiteiten die hun UBO’s binnen de gestelde termijn alsnog registreren of aangeven daarbij hulp nodig te hebben, krijgen geen sanctie.

Het ministerie werkt samen met DFEI, de KvK en de Minister van Justitie en Veiligheid aan een handleiding voor het bepalen van UBO’s bij veelvoorkomende organisatiestructuren, waaronder verenigingen en stichtingen. De nieuwe Europese UBO-regels, die op 10 juli 2027 in werking treden, worden volgens de minister zo lastenluw mogelijk geïmplementeerd.

[Nieuwsbron] [Nieuwsbron] [Nieuwsbron]

Rubriek: Fiscaal ondernemingsrecht, Belastingrecht algemeen

Regelgevende instantie: Ministerie van Financiën

Editie: 6 november

Informatiesoort: VN Vandaag

Focus: Focus

12

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen