De Hoge Raad oordeelt dat de minister zonder schending van het gelijkheidsbeginsel de natuurvrijstelling mocht beperken tot subsidies waarvoor de Europese Commissie ook de fiscale vrijstelling heeft goedgekeurd.

X ontvangt in het kader van het programma Nieuwe Natuur (pNN) vergoedingen van de provincie Flevoland. In geschil is of de pNN-vergoeding, net als subsidies op grond van de Subsidieregeling kwaliteitsimpuls natuur en landschap (SKNL), moet zijn vrijgesteld van IB/PVV. De SKNL is expliciet vrijgesteld via art. 6 Uitv. reg. IB 2001, na goedkeuring door de Europese Commissie. Volgens X zijn de pNN en SKNL materieel gelijk en ontbreekt een rechtvaardiging voor het fiscale onderscheid. Rechtbank Noord-Nederland en Hof Arnhem-Leeuwarden erkennen de materiƫle gelijkheid van beide regelingen, maar achten het onderscheid gerechtvaardigd omdat alleen de SKNL-vrijstelling door de Europese Commissie is goedgekeurd. A-G Wattel meent dat op grond van het gelijkheidsbeginsel de pNN-vergoedingen vrijgesteld moeten worden van IB/PVV.

De Hoge Raad oordeelt dat de minister zonder schending van het gelijkheidsbeginsel de natuurvrijstelling mocht beperken tot subsidies waarvoor de Europese Commissie ook de fiscale vrijstelling heeft goedgekeurd. Omdat art. 6 Uitv. reg. IB 2001 geen wetgeving in formele zin is, moet het onderscheid worden getoetst aan art. 1 Grondwet. Die toets is strenger dan de toetsing van formele wetgeving aan het discriminatieverbod. Op grond van deze strengere redelijkheidstoets mocht de minister de natuurvrijstelling om redenen van uitvoerbaarheid beperken tot subsidies op grond van regelingen waarvoor de Europese Commissie zowel de regeling als de fiscale vrijstelling heeft goedgekeurd. Dat geldt ook wanneer een vergoeding betrekking heeft op een Dienst van Algemene Economisch Belang (DAEB) die voldoet aan de criteria van het Altmark-arrest (HvJ EU 24 juli 2003, ECLI:EU:C:2003:415) en daarom niet bij de EC hoeft te worden aangemeld. Uitbreiding van de vrijstelling zou telkens een individuele beoordeling van de staatssteunaspecten vergen. Het cassatieberoep van X is ongegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001 artikel 6

Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten artikel 26

Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden artikel 14

Instantie: Hoge Raad

Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht, Inkomstenbelasting, Europees belastingrecht

Editie: 9 november

Informatiesoort: VN Vandaag

10

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen