De invorderingsambtenaar betekent X een dwangbevel ter zake van aanslagen onroerendezaakbelasting en rioolheffing 2022, terwijl X uitstel van betaling vraagt. Bij uitspraak op bezwaar vernietigt de invorderingsambtenaar de betekeningskosten van € 82 en kent een proceskostenvergoeding toe van € 74, berekend op basis van wegingsfactor 0,25 en een tarief van € 296 per punt. Rechtbank Gelderland verklaart het beroep gegrond en past een hoger tarief per punt toe voor de proceskostenvergoeding, maar handhaaft de wegingsfactor van 0,25. X stelt hoger beroep in. De invorderingsambtenaar verzoekt X tweemaal per e-mail om een bankrekeningnummer, maar ontvangt geen reactie. In geschil is of de wegingsfactor van 0,25 voor de proceskostenvergoeding juist is en of de invorderingsambtenaar wettelijke rente verschuldigd is.
Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat Rechtbank Gelderland terecht een wegingsfactor van 0,25 toepast. De zaak vergt slechts een geringe inspanning van de rechtsbijstandverlener, omdat deze alleen hoeft te wijzen op het verzoek om uitstel van betaling. De fout van de invorderingsambtenaar bij het gehanteerde tarief betreft een evidente rekenfout die slechts eenvoudige werkzaamheden meebrengt. Het hof oordeelt voorts dat de invorderingsambtenaar geen wettelijke rente verschuldigd is, omdat X niet reageert op twee e-mails waarin de invorderingsambtenaar om een bankrekeningnummer vraagt. X is daardoor in schuldeisersverzuim. Het hof verklaart het hoger beroep ongegrond.
Wetingang:
Burgerlijk Wetboek Boek 6 artikel 81
Burgerlijk Wetboek Boek 6 artikel 83
Burgerlijk Wetboek Boek 6 artikel 119
Burgerlijk Wetboek Boek 6 artikel 58
Burgerlijk Wetboek Boek 6 artikel 61
Instantie: Hof Arnhem-Leeuwarden
Rubriek: Invordering, Fiscaal bestuurs(proces)recht
Editie: 9 november
Informatiesoort: VN Vandaag