Condor Flugdienst GmbH ontvangt staatssteun, enerzijds in verband met haar financiële moeilijkheden na de insolventie van haar voormalige moedermaatschappij, Thomas Cook Group plc, anderzijds om de verliezen te verhelpen die het gevolg waren van de tijdens de COVID-19-pandemie opgelegde reisbeperkingen. De Europese Commissie heeft, na enige aanpassingen, de Duitse staatssteun goedgekeurd. Ryanair DAC stelt beroep tot nietigverklaring van dit besluit in. Het Gerecht vernietigt vervolgens op 8 mei 2024 het besluit van de EC. Met haar hogere voorziening verzoekt Condor het Hof van Justitie vervolgens om het arrest van het Gerecht te vernietigen.
Het Hof van Justitie oordeelt dat het Gerecht het besluit met betrekking tot de goedgekeurde staatssteun voor Condor ten onrechte heeft vernietigd. Het Hof van Justitie vernietigt dan ook het arrest van het Gerecht van 8 mei 2024. Het Hof van Justitie merkt op dat de EC heeft onderzocht of de lastendeling wel degelijk heeft plaatsgevonden om het bestaan van de moral hazard bij de bestaande investeerders uit te sluiten. Hieruit blijkt dat (bijna) alle verliezen aan de bestaande investeerders ten laste zijn gelegd en dat de voormalige moedermaatschappij de gehele waarde van haar deelneming verliest en op geen enkele wijze voordeel zal halen uit een eventuele geslaagde herstructurering. Er was namelijk geen overblijvend eigen vermogen meer dat, gelet op het bedrag van het eigen vermogen dat Duitsland had ingebracht, in het kader van de toekomstige waardestijgingen van Condor in aanmerking moest worden genomen.
Wetingang:
Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie artikel 107
Instantie: Hof van Justitie van de Europese Unie
Rubriek: Europees belastingrecht
Editie: 9 november
Informatiesoort: VN Vandaag