Hof Amsterdam oordeelt dat het niet toekennen van de arbeidskorting aan een ontvanger van een WGA-uitkering van het UWV geen verboden discriminatie oplevert en niet in strijd is met het evenredigheidsbeginsel.

X ontvangt in 2022 en 2023 een werkhervattingsuitkering gedeeltelijk arbeidsgeschikten (WGA-uitkering) van het UWV. Hij verantwoordt deze uitkering in zijn aangiften IB/PVV onder de rubriek pensioen, lijfrente of andere uitkering. De inspecteur legt aanslagen IB/PVV 2022 en 2023 op, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 12.514 respectievelijk € 58.354, zonder toepassing van de arbeidskorting. X maakt bezwaar en stelt dat de uitsluiting van de arbeidskorting discriminerend is jegens arbeidsongeschikten. De inspecteur verklaart de bezwaren ongegrond. Rechtbank Noord-Holland verklaart het beroep ongegrond. X stelt hoger beroep in. In geschil is of het niet toekennen van de arbeidskorting aan X als WGA-uitkeringsgerechtigde het discriminatieverbod of het evenredigheidsbeginsel schendt, of de hoorplicht is geschonden en of recht op dwangsommen bestaat.

Hof Amsterdam oordeelt dat de arbeidskorting onderscheid maakt op basis van het verrichten van tegenwoordige arbeid en niet op basis van aangeboren persoonskenmerken. De wetgever beschikt over een ruime beoordelingsvrijheid bij de verdeling van de belastingdruk, ook jegens potentieel kwetsbare groepen. Het voordeel van de arbeidskorting is niet buitenproportioneel ten opzichte van het doel arbeid lonender te maken. De bepalingen van het VN-Gehandicaptenverdrag hebben een programmakarakter en missen rechtstreekse werking. Het evenredigheidsbeginsel leidt evenmin tot buiten toepassing laten van de wet, nu de wetgever bewust kiest niet-werkenden uit te sluiten. De inspecteur schendt de hoorplicht niet, omdat X nalaat binnen de aangeboden termijn contact op te nemen. Het hoger beroep is ongegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 8.11

Algemene wet bestuursrecht artikel 7.2

Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden artikel 14

Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten artikel 26

Instantie: Hof Amsterdam

Rubriek: Inkomstenbelasting, Fiscaal bestuurs(proces)recht, Europees belastingrecht

Editie: 3 november

Informatiesoort: VN Vandaag

14

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen