De Afdeling advisering van de Raad van State adviseert de regering om het Wetsvoorstel werkelijk rendement box 3 in te trekken en de novelle niet in te dienen. In plaats daarvan moet per 2030 in één keer een nieuw box 3-stelsel worden ingevoerd. Dat staat in het advies dat de Raad van State vandaag heeft gepubliceerd.
In het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 stelde de regering per 1 januari 2028 een heffing voor op basis van werkelijk rendement via een vermogensaanwassystematiek, met een vermogenswinstsystematiek als uitzondering daarop voor onroerende zaken en startende ondernemingen. Door de novelle zouden financiële instrumenten vanaf 2028 ook onder de vermogenswinstsystematiek vallen. Daardoor geldt tot 2030 tijdelijk een hybride stelsel met zowel een vermogensaanwas- als een vermogenswinstbelasting.
Afbreuk wetgevingsproces
Volgens de Afdeling schaadt de spoedige stelselwijziging via een novelle de zorgvuldigheid van het wetgevingsproces en ontstaan hierdoor risico’s voor de uitvoering en handhaving. Daarnaast doet de novelle, die ook nog eens met grote spoed tot stand is gebracht, afbreuk aan de zorgvuldigheid van het wetgevingsproces. Het tijdelijke stelsel wat met de novelle zou moeten worden opgetogen, vergt overigens 252 fte en ongeveer € 31 miljoen aan extra uitvoeringskosten. Gegeven de al bestaande grote druk bij de Belastingdienst, acht deze de novelle voor 2028 dan ook onuitvoerbaar.
Één box 3-stelsel
Gelet op al het bovenstaande, adviseert de Afdeling de regering om een nieuw wetsvoorstel voor te bereiden waarmee per 2030 één nieuw box 3-stelsel ingaat. Wil de regering toch doorgaan met de novelle, dan adviseert de Afdeling de vermogenswinstbelasting voor alle box 3-vermogensbestanddelen pas per 2030 in te voeren. Tot die tijd zou de huidige forfaitaire systematiek met tegenbewijsregeling dan blijven bestaan.
Het nieuwsbericht van de Raad van State is hier te vinden.
Bron: Raad van State