In een douanezaak in hoger beroep verzoekt de inspecteur om beperkte kennisneming van diverse bijlagen. De inspecteur beroept zich op bescherming van privacy van derden en medewerkers van de Belastingdienst. De gezwarte gegevens betreffen onder meer namen, e-mailadressen, EORI-nummers, BTW-nummers, contactgegevens van douaneambtenaren en informatie over natuurlijke personen. X BV deelt het hof mee geen bezwaar te hebben tegen de verzoeken.
De geheimhoudingskamer van Hof Amsterdam constateert dat de inspecteur de stukken niet op de voorgeschreven wijze heeft ingediend, maar ziet af van retournering omdat beoordeling van het verzoek mogelijk is, met name gelet op de beperkte omvang van de stukken. Het hof verwacht dat in de toekomst een verzoek volledig conform de Procesregeling belastingkamers gerechtshoven 2025 wordt ingediend. Als dat niet het geval is, wordt het verzoek geretourneerd. Het belang bij bescherming van persoonsgegevens van derden en medewerkers van de Belastingdienst weegt zwaarder dan het belang van X BV bij kennisneming. Het hof wijst het verzoek tot beperkte kennisneming toe.
Wetingang:
Algemene wet bestuursrecht artikel 8.29
Procesregeling belastingkamers gerechtshoven 2025 artikel 4
Instantie: Hof Amsterdam
Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht
Editie: 28 september
Informatiesoort: VN Vandaag