Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat beperkingen in de systemen van de Belastingdienst geen rechtvaardiging vormen voor het schenden van het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel.

De inspecteur legt X ambtshalve een naheffingsaanslag omzetbelasting inclusief betaalverzuimboete en een aangifteverzuimboete op. X dient vervolgens een nihilaangifte omzetbelasting in. Naar aanleiding daarvan wordt de naheffingsaanslag en de betaalverzuimboete vernietigd. De aangifteverzuimboete blijft in stand. X maakt bezwaar tegen deze boete. De inspecteur verklaart het bezwaar ongegrond. De inspecteur bevestigt dat bij het opleggen van verzuimboetes geen vooraankondiging plaatsvindt, omdat het systeem van de Belastingdienst daarop niet is ingericht en de Belastingdienst onvoldoende middelen heeft om dit anders in te richten. In geschil is of de aangifteverzuimboete terecht en tot het juiste bedrag is opgelegd, gelet op een mogelijke schending van het Unierechtelijk verdedigingsbeginsel.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat de inspecteur het Unierechtelijke verdedigingsbeginsel schendt door X niet voorafgaand aan de oplegging van de boetebeschikking in de gelegenheid te stellen te reageren. De beperkingen van de systemen van de Belastingdienst vormen geen rechtvaardigingsgrond voor deze schending. Dergelijke beperkingen kan de inspecteur X niet tegenwerpen. Nu zowel de naheffingsaanslag als de betaalverzuimboete al vernietigd zijn, kan een andere afloop van het besluitvormingsproces niet worden uitgesloten. De rechtbank vernietigt daarom de aangifteverzuimboete. X' beroep is gegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 67B

Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden artikel 6

Instantie: Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht

Editie: 23 september

Informatiesoort: VN Vandaag

13

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen