Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat X op 30 januari 2024 voldoet aan de voorwaarden voor het toepassen van de 30%-regeling, ondanks dat hij in het kader van zijn stage vanaf september 2023 al in Nederland verblijft.

X heeft de buitenlandse nationaliteit en loopt vanaf september 2023 in het kader van zijn opleiding stage bij een Nederlands bedrijf. Op 30 januari 2024 treedt X als junior data engineer in dienst bij een gelieerde inhoudingsplichtige. Na het behalen van zijn diploma treedt hij voor onbepaalde tijd in dienst. In geschil of de 30%-regeling op X van toepassing is. Tijdens de stage logeert X bij een vriend. Na zijn indienstreding betrekt X een huurappartement.

Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat X op 30 januari 2024 voldoet aan de voorwaarden voor het toepassen van de 30%-regeling, ondanks dat hij in het kader van zijn stage al in Nederland verblijft (zie Besluit 23 augustus 2013, V-N 2013/43.15). Op dat moment had X nog geen vaste verblijfplaats in Nederland. X voldoet ook aan het salariscriterium voor specifieke deskundigheid (inclusief bijtelling lunch). Het feit dat de arbeidsovereenkomst per abuis een iets lager loon vermeldt, doet daar niet aan af. X heeft, rekening houdend met zijn eerdere verblijf in Nederland van oktober 2023 tot en met augustus 2025, vanaf 1 september 2025 nog recht op een resterende looptijd van 37 maanden voor de 30%-regeling. Het beroep is gegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965

Wet op de loonbelasting 1964

Instantie: Rechtbank Noord-Holland

Rubriek: Loonbelasting, Inkomstenbelasting

Editie: 23 september

Informatiesoort: VN Vandaag

13

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen