Rechtbank Den Haag oordeelt dat X SE recht heeft op pro rata aftrek van BTW op juridische kosten die verband houden met strafrechtelijke onderzoeken en schikkingen, omdat deze kosten zijn gemaakt ten behoeve van haar algemene economische activiteiten.

X SE is moedermaatschappij van een internationaal concern. Om haar activiteiten te financieren en te verzekeren trekt X SE financiering en verzekeringen aan van zogenoemde exportkredietverzekeraars in het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Duitsland. Het concern is daarbij verplicht om informatie over tussenpersonen, waarmee de commerciële divisie van het concern samenwerkt voor het leggen van contacten tussen haar en haar (potentiële) klanten, aan deze exportkredietverzekeraars te verstrekken. In 2015 meldt een exportkredietverzekeraar in Duitsland dat zij na onderzoeken naar diverse tussenpersonen een melding heeft gedaan bij het Serious Fraud Office (SFO). Na intern onderzoek ontdekt het concern dat zij in een aantal gevallen onjuiste en verkeerde informatie over tussenpersonen heeft verschaft aan de exportkredietverzekeraars en doet zij ook zelf een melding bij het SFO. Naar aanleiding daarvan volgen strafrechtelijke onderzoeken in het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en de Verenigde Staten en treft X SE schikkingen (DPA's) voor circa € 3,6 miljard om vervolging te voorkomen. X SE schakelt juridische dienstverleners in voor bijstand bij de onderzoeken en schikkingen. De juridische kosten over 2016 tot en met 2019 bedragen in totaal € 294.409.128. De ter zake in rekening gebrachte omzetbelasting bedraagt € 61.825.916, waarvan X SE € 55.156.433 pro rata in aftrek brengt. De inspecteur stelt dat een deel van de omzetbelasting op de juridische kosten niet aftrekbaar is en legt naheffingsaanslagen omzetbelasting inclusief verzuimboetes op en stelt rentebeschikking vast. In geschil is of, en zo ja, in hoeverre, X SE recht heeft op aftrek van de BTW die aan haar in rekening is gebracht ter zake van de juridische diensten.

Rechtbank Den Haag oordeelt dat X SE recht heeft op pro rata aftrek van BTW op juridische kosten die verband houden met strafrechtelijke onderzoeken en schikkingen, omdat deze kosten zijn gemaakt ten behoeve van haar algemene economische activiteiten. De inspecteur maakt namelijk niet aannemelijk dat de kosten rechtstreeks en onmiddellijk verband houden met absoluut verboden handelingen. X SE ziet zich genoodzaakt juridische diensten af te nemen om strafrechtelijke vervolging te voorkomen en de economische activiteiten van het concern veilig te stellen. De kosten houden daarmee verband met de algemene economische activiteiten van X SE. Het Besluit uitsluiting aftrek omzetbelasting 1968 blijft buiten toepassing, omdat de kosten voor bijstand aan werknemers primair in het belang van de onderneming zijn gemaakt. Het beroep van X SE is gegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Wet op de omzetbelasting 1968 artikel 15

Instantie: Rechtbank Den Haag

Rubriek: Omzetbelasting

Editie: 23 september

Informatiesoort: VN Vandaag

11

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen