De Hoge Raad oordeelt dat X BV voor de cassatieprocedure recht heeft op een proceskostenvergoeding van € 421. Het geval van X BV is met het oog op het vaststellen van de vergoeding van de kosten van de cassatieprocedure namelijk niet aan te merken als een bijzonder geval.

X BV schakelt een gemachtigde in voor een BPM-procedure. De gemachtigde opereert op basis van no-cure-no-pay. In cassatie voert X BV aan dat het hof ten onrechte heeft geoordeeld dat zij zich voor vergoeding van de Irimie-rente ex art. 28c IW 1990 moet wenden tot de ontvanger. Verder is zij van mening dat het decimeren van de proceskostenvergoeding in BPM-procedures strijd oplevert met art. 47 Handvest EU. De Hoge Raad oordeelt op 17 juli 2026 dat de ontvanger bij uitsluiting bevoegd is om bij voor bezwaar vatbare beschikking vast te stellen of en in hoeverre op grond van art. 28c IW 1990 invorderingsrente wordt vergoed. De Hoge Raad houdt de zaak vervolgens aan om X BV in de gelegenheid te stellen om te onderbouwen waarom haar geval met het oog op de proceskostenvergoeding voor de cassatieprocedure is aan te merken als een bijzonder geval in de zin van het arrest van 17 januari 2025 (24/00575, ECLI:NL:HR:2025:46, V-N 2025/5.27).

De Hoge Raad oordeelt dat X BV voor de cassatieprocedure recht heeft op een proceskostenvergoeding van € 421. Het geval van X BV is met het oog op het vaststellen van de vergoeding van de kosten van de cassatieprocedure namelijk niet aan te merken als een bijzonder geval. De Hoge Raad past daarom de vermenigvuldigingsfactor van 0,10 ex art. 19a lid 2 onderdeel b Wet BPM 1992 toe. De argumenten die X BV hiertegen inbrengt verwerpt de Hoge Raad onder verwijzing naar zijn arrest van 17 juli 2026 (25/00089 bis, ECLI:NL:HR:2026:1246, V-N 2026/32.21). Omdat de redelijke termijn met niet meer dan zes maanden is overschreden en het financiële belang bij de cassatieprocedure minder dan € 1000 bedraagt, volstaat de Hoge Raad met de constatering dat de redelijke termijn is overschreden.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992 artikel 19A

Algemene wet inzake rijksbelastingen

Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 30

Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 30HA

Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 26

Instantie: Hoge Raad

Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht

Editie: 5 oktober

Informatiesoort: VN Vandaag

2

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen