Het Gerecht oordeelt dat het begrip ‘eigen behoeften’ niet ziet op de verkrijging van de Poolse tabakswaren door A en B met de bedoeling om deze kosteloos over te dragen aan hun familieleden in Duitsland. De hoeveelheid over te dragen tabakswaren is daarbij niet van belang.

A en B [Jelgratz en Buchgint] kopen sigaretten en heatsticks in Polen en vervoeren deze naar Duitsland. A heeft de sigaretten gekocht voor zijn vader en B de heatsticks voor zijn dochter. Volgens A en B zijn de tabakswaren daarmee gekocht voor ‘persoonlijke behoeften’. Volgens de Duitse douane zijn de tabakswaren echter voor commerciële doeleinden in Duitsland binnengebracht en zijn ze dus niet vrijgesteld van accijns. De Duitse rechter stelt prejudiciële vragen in deze zaken.

Het Gerecht oordeelt dat het begrip ‘eigen behoeften’ niet ziet op de verkrijging van de Poolse tabakswaren door A en B met de bedoeling om deze kosteloos over te dragen aan hun familieleden in Duitsland. De hoeveelheid over te dragen tabakswaren is daarbij niet van belang. Het begrip ‘eigen behoeften’ ziet volgens het Gerecht namelijk alleen op de verkrijging en het vervoer van tabaksproducten die bestemd zijn voor een strikt persoonlijk gebruik door de particulier die ze heeft verkregen.

Wetingang:

Richtlijn 2008/118/EG houdende een algemene regeling inzake accijns en houdende intrekking van Richtlijn 92/12/EEG artikel 32

Instantie: Gerecht van de Europese Unie

Rubriek: Europees belastingrecht, Accijns en verbruiksbelastingen

Editie: 26 mei

Informatiesoort: VN Vandaag

11

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen