Op aanvraag van G GmbH geeft de Oostenrijkse douane op 27 oktober 2022 een BTI‑beschikking af voor een ‘stuwband voor eenmalig gebruik’. Volgens G GmbH is de door de douane gehanteerde tariefindeling echter onjuist. De Oostenrijkse rechter is het met G GmbH eens en wijzigt de tariefindeling met ingang van de datum waarop de douane de BTI‑beschikking heeft afgegeven. Volgens de douane staat het DWU (art. 34 leden 3 en 6 DWU) echter geen terugwerkende kracht toe. De Oostenrijkse rechter stelt prejudiciële vragen in deze zaak.
Het Gerecht oordeelt dat Oostenrijk niet in strijd handelt met het EU-recht door terugwerkende kracht te verlenen aan een rechterlijke beslissing over een BTI. De correctie werkt terug tot de datum waarop de douane de beschikking heeft gegeven. Het laten voortbestaan van de gevolgen van een als onrechtmatig beschouwde BTI‑beschikking kan namelijk in strijd zijn met het recht op een doeltreffende rechterlijke bescherming.
Wetingang:
Verordening (EU) nr. 952/2013 vaststelling douanewetboek van de Unie artikel 33
Verordening (EU) nr. 952/2013 vaststelling douanewetboek van de Unie artikel 34
Verordening (EU) nr. 952/2013 vaststelling douanewetboek van de Unie artikel 44
Instantie: Gerecht van de Europese Unie
Rubriek: Europees belastingrecht, Fiscaal bestuurs(proces)recht, Douane
Editie: 18 mei
Informatiesoort: VN Vandaag