D.B. [Szytelbiecka] exploiteert en onderneming die zij, via schenking, wil overdragen aan haar twee dochters. De dochters zullen daartoe ieder 50% van de onderneming verkrijgen en deze onderneming van hun moeder inbrengen in de onderneming die zij reeds, in de vorm van een vennootschap onder firma, drijven. D.B. verzoekt de Poolse Belastingdienst om een fiscale ruling over de BTW-consequenties van de voorgenomen handelingen. Volgens de Belastingdienst is geen sprake van de overgang van het geheel van een algemeenheid van goederen (art. 19 BTW-richtlijn). D.B. is het hier niet mee eens. De Poolse rechter stelt een prejudiciële vraag in deze zaak. Het Hof van Justitie EU heeft de zaak doorgezonden naar het Gerecht.
A-G Martín y Pérez de Nanclares concludeert dat bij de schenking van haar onderneming door D.B. aan haar twee dochters geen sprake is van een overgang van een algemeenheid van goederen. De advocaat-generaal overweegt daarbij dat de dochters niet-belastingplichtige natuurlijke personen zijn. Verder is niet van belang dat de dochters hun aandeel onverwijld, als inbreng in natura, in zullen brengen in een personenvennootschap die een economische activiteit uitoefent en waarvan zij vennoten zijn.
Wetingang:
Instantie: Gerecht van de Europese Unie
Rubriek: Europees belastingrecht, Omzetbelasting
Editie: 18 mei
Informatiesoort: VN Vandaag