XXX exploiteert op één locatie testbanken voor gasturbinebranders. De Duitse Douane wijst haar verzoek voor vermindering van de energiebelasting voor de in 2021 verbruikte hoeveelheid propaan af. XXX is het daar niet mee eens en stelt dat het gebruikte propaan niet als verwarmingsbrandstof is gebruikt, maar een afvalproduct is. De thermische energie die vrijkomt bij de verbranding wordt namelijk niet opzettelijk opgewekt en wordt ook niet gebruikt. De Duitse rechter stelt een prejudiciële vraag in deze zaak. Het Hof van Justitie heeft de zaak doorgezonden naar het Gerecht.
Het Gerecht oordeelt dat het begrip ‘als verwarmingsbrandstof’ in art. 2 lid 4 onderdeel b eerste streepje EG-richtlijn 2003/96 het gebruik van propaan bij het testen van een brander onder reële omstandigheden met het oog op het verkrijgen van meetgegevens omvat. Niet van belang is dat de bij de verbranding daarvan vrijkomende warmte vervolgens niet wordt gebruikt.
Wetingang:
Instantie: Gerecht van de Europese Unie
Rubriek: Europees belastingrecht, Milieuheffingen
Editie: 20 juli
Informatiesoort: VN Vandaag