Hof 's-Hertogenbosch oordeelt dat de taxatierapporten gebaseerd op de bestelautovariant een geschikte basis vormen voor de taxatiemethode bij een personenauto. De handelsinkoopwaarde wordt in goede justitie naar boven bijgesteld wegens onder meer een ontbrekende BPM-component.

X BV doet op 6 augustus 2020 aangifte BPM van € 3750 voor de registratie van een Toyota HiLux, een personenauto. Het model kent zowel een bestel- als een personenautovariant. Het taxatierapport bij de aangifte baseert zich op de bestelautovariant en vermeldt een handelsinkoopwaarde van € 15.406 na schadeaftrek. DRZ taxeert in opdracht van de inspecteur eveneens op basis van de bestelautovariant en stelt de handelsinkoopwaarde op € 21.979. In geschil is of de taxatierapporten gebaseerd op de bestelautovariant een geschikte basis vormen voor de taxatiemethode en de hoogte van de handelsinkoopwaarde.

Hof 's-Hertogenbosch oordeelt dat de personen- en bestelautovariant zodanig vergelijkbaar zijn dat de taxatierapporten een geschikte basis vormen voor de taxatiemethode. De taxatie houdt echter geen rekening met een BPM-component en evenmin met de waardedrukkende werking van de hogere motorrijtuigenbelasting voor de personenautovariant. Het hof stelt de door DRZ getaxeerde handelsinkoopwaarde in goede justitie met € 6000 naar boven bij tot € 28.979 en bepaalt de naheffingsaanslag op € 9837.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992 artikel 10

Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992 artikel 19A

Uitvoeringsregeling belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992 artikel 8

Uitvoeringsbesluit belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992

Instantie: Hof 's-Hertogenbosch

Rubriek: Belastingheffing van motorrijtuigen

Editie: 20 juli

Informatiesoort: VN Vandaag

6

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen