Aanleiding vormden duizenden verzoeken om ambtshalve vermindering van aanslagen inkomstenbelasting die op 24 december 2021 al onherroepelijk vaststonden, evenals de bezwaren tegen de afwijzing daarvan.
Centraal stond de vraag of belastingplichtigen die destijds geen tijdig bezwaar hadden gemaakt tegen hun box 3-aanslag alsnog een beroep kunnen doen op het zogenoemde Kerstarrest van de Hoge Raad van 24 december 2021. De Hoge Raad heeft die vraag op 25 juni 2026 ontkennend beantwoord (ECLI:NL:HR:2026:907, V-N 2026/30.3).
Volgens de Hoge Raad is de termijnoverschrijding van de betrokken belastingplichtigen niet verschoonbaar. Ook bevestigt het hoogste rechtscollege dat het Kerstarrest nieuwe jurisprudentie vormde, waardoor geen recht bestaat op ambtshalve vermindering voor reeds onherroepelijke aanslagen. Verder is geen sprake van een ongerechtvaardigd onderscheid tussen bezwaarmakers en niet-bezwaarmakers, omdat zij niet als gelijke gevallen kunnen worden aangemerkt.
De inspecteur wijst daarom alle onder de aanwijzing massaal bezwaar plus vallende verzoeken af en verklaart de daartegen gerichte bezwaren ongegrond. Tegen deze collectieve uitspraak staat geen beroep open.
Rubriek: Inkomstenbelasting, Fiscaal bestuurs(proces)recht
Regelgevende instantie: Ministerie van Financiën
Editie: 20 juli
Informatiesoort: VN Vandaag
Dossiers: Box 3