Op 24 juni jl. heeft de Europese Commissie een fiscaal plan gelanceerd om de administratieve lasten en compliancekosten van het bedrijfsleven fors te verlagen en de Europese concurrentiekracht te versterken, 'Direct Tax Omnibus' genaamd. Het Nederlands bedrijfsleven omarmt het vereenvoudigingsplan maar belastingadviseurs en wetenschappers zijn kritisch.
VNO-NCW en MKB-Nederland zijn met name gecharmeerd van de voorgestelde afschaffing van bronbelasting op intra-Europese rente-, royalty- en dividendbetalingen en de voorstellen om de renteaftrekregels te harmoniseren. Dat laatste draagt volgens de ondernemersclubs bij aan het gelijke speelveld en de concurrentiekracht van Nederlandse bedrijven. Ook voorstellen om geschilbeslechting tussen belastingdiensten te versnellen creëren meer rechtszekerheid en een beter investeringsklimaat, zo is de overtuiging van de belangenverenigingen.
Reinout Kok en Mohamed Maatoug plaatsen kritische kanttekeningen bij het Europese voorstel. Kok, hoogleraar aan de EUR en partner bij EY, en Maatoug, docent belastingrecht aan de Universiteit Leiden, vragen zich in het Weekblad fiscaal recht (WFR 2026/201) af in hoeverre de soevereiniteit van Nederland (en uiteraard ook van de andere lidstaten) op belastinggebied verder wordt verminderd. "Het is meer een politieke vraag of dit al dan niet gewenst is, maar er is ook een praktisch punt", zo merken de fiscalisten op. "Hoe meer en hoe gedetailleerder fiscale zaken worden geregeld op EU-niveau, hoe meer vragen over de toepassing van de regels zullen opkomen na implementatie", schrijven zij. Kok en Maatoug vrezen dat dit voor de praktijk op termijn mogelijk problematisch kan worden in verband met de langdurige gang naar de Europese rechter.
De impact op Nederland van veel van de voorstellen in de fiscale omnibus is relatief groot, met name de voorgestelde wijzigingen in de Moeder-dochterrichtlijn en in ATAD 1, vinden Kok en Maatoug. In hetzelfde nummer van het Weekblad (WFR 2026/200) constateert Jasper Korving, verbonden aan Deloitte en de Universiteit Maastricht, dat er in ieder geval nog veel hobbels zijn te nemen met het fiscale omnibus-voorstel.
Omnibus: quo vadit?
Het omnibuspakket bevat ook een gemeenschappelijke minimumstandaard voor de fiscale behandeling van investeringen in materiële R&D-activa en stroomlijning van de regels rond CFC’s en Pijler 2. Grensoverschrijdende fusies, splitsingen en andere reorganisaties worden fiscaal eenvoudiger gemaakt.
Tot slot bevat het vereenvoudigingspakket nog een tweede richtlijnvoorstel: de herschikking van de Richtlijn voor administratieve samenwerking (DAC). De herziening moet de rapportageverplichtingen voor multinationals, mkb en online platforms verminderen.
Eurocommissaris Hoekstra hoopt eind 2027 overeenstemming te bereiken over het Omnibus-richtlijnvoorstel. Het plan daarna is om in 2028 te implementeren en in 2029 de regels toe te passen met uitzondering van de aanpassingen aan de Moeder-dochterrichtlijn en de Interest & Royalty-richtlijn (in 2037) en de verplichte € 3 miljoen-drempel in de earningsstrippingregel (vanaf 2032).
Korving stelt bij al die ambitieuze plannen de vraag Omnibus: quo vadit? (‘aan allen: waar gaat het heen?’) en vraagt zich af of deze tijdlijn van Hoekstra haalbaar is. Bovendien speelt ook de vraag hoe alle aanpassingen betaald moeten worden, want budgetneutraal zijn de voorstellen zeker niet, zo rekent Korving. Verder vreest de Deloitte-man een snelle en versimpelde behandeling van het vereenvoudigingsvoorstel wat kan leiden tot niet-geanticipeerde fiscaal-technische complicaties. "Dan belanden we van de regen in de drup."
Bron: Redactie TaxLive
Informatiesoort: Nieuws, InView-nieuws