Hof ’s‑Hertogenbosch oordeelt dat X geen nieuwe feiten of omstandigheden aanvoert die voldoen aan de voorwaarden van art. 8:119 Awb. Het hof wijst het verzoek tot herziening van de uitspraak uit 1998 af.

X ontvangt een naheffingsaanslag BPM die hij bestrijdt via bezwaar en beroep. Het hof verklaart het hoger beroep ongegrond. X stelt cassatie in, maar trekt dit in. X dient later een verzoek tot herziening in en verwijst naar correspondentie van de Europese Commissie en naar een vergelijkbare zaak van zijn echtgenote. X stelt onder andere dat zijn gemachtigde in 1998 zijn bezwaren ter zitting niet heeft ingetrokken. De inspecteur bestrijdt het verzoek om herziening. In geschil is of X voldoet aan de voorwaarden voor herziening op grond van art. 8:119 Awb.

Hof ’s‑Hertogenbosch oordeelt dat X geen feiten of omstandigheden aanvoert die hem vóór de uitspraak uit 1998 onbekend waren. Het hof stelt dat de gemachtigde van X destijds zijn grieven heeft laten varen en dat eventuele vergissingen van zijn gemachtigde voor zijn rekening komen. Het niet voortzetten van het cassatieberoep bevestigt dit. Het hof oordeelt dat het herzieningsverzoek neerkomt op een poging het afgesloten debat te heropenen en wijst het herzieningsverzoek af.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Algemene wet bestuursrecht artikel 8.119

Instantie: Hof 's-Hertogenbosch

Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht

Editie: 18 mei

Informatiesoort: VN Vandaag

9

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen