X dient bezwaar in tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting via een digitaal contactformulier waarop een e-mailadres wordt ingevuld. De heffingsambtenaar verzendt de uitspraak op bezwaar digitaal naar dit adres. Het bericht komt in de spamfilter terecht. X ontvangt de uitspraak later per post en dient diezelfde dag beroep in. De rechtbank verklaart dat beroep niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding, waarna X verzet instelt. In geschil is of X kenbaar maakt dat hij voor de bezwaarprocedure voldoende bereikbaar is langs elektronische weg.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat het invullen van een e-mailadres op een digitaal contactformulier niet betekent dat X kenbaar maakt dat hij elektronische bekendmaking van besluiten accepteert. De rechtbank benadrukt dat het formulier geen informatie bevat waaruit instemming met digitale verzending blijkt en dat het invoeren van een e-mailadres mogelijk verplicht is. Omdat de heffingsambtenaar geen eerdere rechtsgeldige bekendmaking aannemelijk maakt, begint de beroepstermijn pas bij ontvangst per post. Het verzet is gegrond.
Wetingang:
Algemene wet bestuursrecht artikel 8.36C
Instantie: Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Rubriek: Belastingen van lagere overheden, Fiscaal bestuurs(proces)recht
Editie: 14 mei
Informatiesoort: VN Vandaag