Hof ’s-Hertogenbosch vernietigt de aanslag toeristenbelasting van ruim € 81.000 omdat sprake is van een verboden tweede primitieve aanslag.

Belanghebbende, X BV, exploiteert een hotel en een chaletpark en verhuurt de chalets aan uitzendbureaus voor huisvesting van arbeidsmigranten. In geschil is een aanslag toeristenbelasting 2018 van € 81.669,50 die door de heffingsambtenaar is opgelegd voor overnachtingen in de chalets. Eerder was aan X BV al een aanslag toeristenbelasting 2018 opgelegd van € 18.443,70 voor overnachtingen in het hotel. X BV stelt dat de tweede aanslag niet rechtsgeldig is, omdat voor hetzelfde belastingjaar en dezelfde belastinggrondslag slechts één primitieve aanslag kan worden opgelegd. Volgens haar had de heffingsambtenaar, indien te weinig belasting was geheven, moeten navorderen.

Hof ’s-Hertogenbosch vernietigt de aanslag toeristenbelasting van ruim € 81.000 omdat sprake is van een verboden tweede primitieve aanslag. Beide aanslagen hebben betrekking op hetzelfde belastbare feit, dezelfde belastingplichtige, hetzelfde belastingobject, hetzelfde belastingjaar en dezelfde heffingsmaatstaf, namelijk € 1,10 per overnachting. De omstandigheid dat de eerste aanslag betrekking had op hotelovernachtingen en de tweede op chaletovernachtingen maakt dit niet anders. De uitzondering dat sprake is van verschillende grondslagen doet zich niet voor. Door het opleggen van de eerste primitieve aanslag was de heffingsbevoegdheid voor 2018 uitgeput. Nu geen navorderingsaanslag is opgelegd, moet de tweede aanslag worden vernietigd. Het hoger beroep van X BV is gegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Gemeentewet artikel 224

Instantie: Hof 's-Hertogenbosch

Rubriek: Belastingen van lagere overheden

Editie: 14 mei

Informatiesoort: VN Vandaag

20

Gerelateerde artikelen