Belanghebbende, X, is het niet eens met een naheffingsaanslag parkeerbelasting van de gemeente Delft. Naast de nageheven parkeerbelasting is in die aanslag € 64 aan kosten in rekening gebracht. X stelt dat de gemeente bij de berekening van deze kosten de verhaalbarekostenlimiet heeft overschreden door kosten mee te nemen die onvoldoende samenhangen met de inning van niet-betaalde parkeerbelasting.
Rechtbank Den Haag oordeelt dat de kosten van het parkeerinformatiesysteem PRIS niet kunnen worden aangemerkt als een ‘last ter zake’ in de zin van het Besluit gemeentelijke parkeerbelastingen. Het systeem, dat informatie geeft over beschikbare parkeerplaatsen, dient voornamelijk het gemak van parkeerders en houdt onvoldoende verband met de inning van niet-betaalde parkeerbelasting. Deze kostenpost van € 14.099 had daarom niet in de kostenraming mogen worden opgenomen. Dat leidt echter niet tot vernietiging van de naheffingsaanslag. Ook wanneer de PRIS-kosten en de daarmee samenhangende rentelasten buiten beschouwing worden gelaten, blijft het maximaal verhaalbare bedrag per naheffingsaanslag (€ 67,48) hoger dan het door de gemeente gehanteerde tarief van € 64. De rechtbank acht de overige kostenposten, waaronder die voor parkeerautomaten, scanauto’s, betalingsverkeer, bezwaar- en beroepsprocedures, parkeerregulering, personeel en overhead, wel voldoende verbonden met de handhaving en inning van parkeerbelasting. Het beroep van X is ongegrond.
Instantie: Rechtbank Den Haag
Rubriek: Belastingen van lagere overheden
Editie: 30 juli
Informatiesoort: VN Vandaag