Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat de hoogte van de overbedelingsschuld van erflaatster volgt uit de aangifte erfbelasting ter zake van de nalatenschap van de vader, nu de door X en de inspecteur voorgestane waarden op schattingen berusten.

In 2013 overlijdt de vader van X. De wettelijke verdeling is van toepassing. De inspecteur legt ambtshalve aanslagen erfbelasting op op basis van geschatte bedragen. In 2018 overlijdt de moeder van X (erflaatster). De inspecteur legt aan X een aanslag erfbelasting op en vermindert deze na bezwaar tot een belaste verkrijging van € 52.531, waarbij hij de overbedelingsschuld stelt op € 112.500. X stelt de overbedelingsschuld op € 268.405. Op 27 november 2024 ontvangt de inspecteur een aangifte erfbelasting voor de nalatenschap van de vader, die de overige erfgenamen indienen, met een aangegeven nalatenschapswaarde van € 232.751. In geschil is de hoogte van de overbedelingsschuld van erflaatster aan de erfgenamen in verband met de nalatenschap van de vader.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat de hoogte van de overbedelingsschuld van erflaatster volgt uit de aangifte erfbelasting ter zake van de nalatenschap van de vader, nu de door X en de inspecteur voorgestane waarden op schattingen berusten. De waardering van de overbedelingsvorderingen vindt plaats naar de werkelijke civielrechtelijke waarde. Zowel het door X voorgestane bedrag van € 268.405 als het door de inspecteur gehanteerde bedrag van € 112.500 berust op een schatting. De rechtbank sluit aan bij het bedrag van € 193.960 uit de aangifte erfbelasting ter zake van de nalatenschap van de vader, omdat deze aangifte een betere indicatie van de werkelijke waarde geeft. De rechtbank vermindert de aanslag tot een belaste verkrijging van € 27.739. X' beroep is gegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Successiewet 1956 artikel 21

Instantie: Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Rubriek: Schenk- en erfbelasting

Editie: 30 juli

Informatiesoort: VN Vandaag

7

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen