Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat de waardering van een schenking met een op het schenkingsmoment onzekere waarde aansluit bij de uiteindelijk vastgestelde waarde. De rechtbank vermindert de aanslag schenkbelasting.

Y is lid van een beleggingsclub die achtergestelde obligaties van twee banken in portefeuille heeft. De Minister van Financiën onteigent deze obligaties in 2013 en biedt een schadeloosstelling van nihil. Bij notariële akte schenkt Y aan X en drie anderen elk voor een gelijk deel zijn vordering ter zake van de schadeloosstelling. X doet aangifte schenkbelasting naar een waarde van nihil. De inspecteur legt een aanslag op naar een schenking van € 84.435. Na bekrachtiging van de vastgestelde schadeloosstelling door de Hoge Raad ontvangt X uiteindelijk € 76.912, bestaande uit de schadeloosstelling en rente.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat bij een schenking met een op het schenkingsmoment onzekere waarde wordt aangesloten bij de uiteindelijk vastgestelde waarde. De rechtbank leidt uit jurisprudentie van de Hoge Raad af dat men de schenking niet schattenderwijs naar de omstandigheden op het schenkingsmoment vaststelt, maar naar hetgeen achteraf bezien de waarde blijkt te zijn. De rente over de periode tot aan de schenkingsdatum maakt onderdeel uit van de schenking. Het beroep op het vertrouwensbeginsel slaagt niet omdat het standpunt van de Minister in de onteigeningsprocedure de inspecteur niet bindt. De rechtbank vermindert de aanslag.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Successiewet 1956 artikel 1

Successiewet 1956 artikel 5

Instantie: Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Rubriek: Schenk- en erfbelasting

Editie: 13 augustus

Informatiesoort: VN Vandaag

39

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen