Rechtbank Den Haag oordeelt dat de termijnoverschrijding in de bezwaarfase verschoonbaar is, omdat de notaris de aanslag niet doorstuurt naar X en dit handelen niet aan X kan worden toegerekend.

In 2020 overlijdt de erflater. Een notaris dient in 2023 de aangifte erfbelasting in en staat vermeld als contactpersoon aan wie de aanslag moet worden toegestuurd. X is een van de 16 verkrijgers. De inspecteur legt een aanslag erfbelasting op ten name van X en verzendt deze aan de notaris met het verzoek de belanghebbenden te informeren. De notaris stuurt de aanslag niet door. Na het ontvangen van een aanmaning maakt X bezwaar. De inspecteur verklaart het bezwaar niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding.

Rechtbank Den Haag oordeelt dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is. De rechtbank acht aannemelijk dat X niet eerder dan bij de aanmaning op de hoogte raakt van de aanslag. Aangezien X de notaris niet zelf aanstelt, kan diens handelen (het niet doorsturen van de aanslag) niet aan X worden toegerekend. Vrijwel direct na ontvangst van de aanmaning dient X het bezwaarschrift in. De rechtbank vernietigt de uitspraak op bezwaar.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Algemene wet bestuursrecht artikel 6.11

Instantie: Rechtbank Den Haag

Rubriek: Schenk- en erfbelasting, Fiscaal bestuurs(proces)recht

Editie: 24 juli

Informatiesoort: VN Vandaag

4

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen