Hof ’s-Hertogenbosch oordeelt dat het opnemen van de inkoopwaarde van de drugs in de schatting van het inkomen niet onredelijk is, ook al staat niet onomstotelijk vast dat X daadwerkelijk de eigenaar was.

X exploiteert een autogarage en huurt een loods waarin aanzienlijke hoeveelheden cocaïne, hennep, hasjiesj en vuurwapens zijn aangetroffen. In hoger beroep zijn de aanslag IB/PVV 2019, de belastingrente en de vergrijpboeten over 2017 en 2019 in geschil. De inspecteur heeft op basis van een vermogensvergelijking correcties wegens verzwegen inkomsten aangebracht. Daarnaast heeft hij de geschatte inkoopwaarde van de aangetroffen drugs (€ 193.406) in aanmerking genomen als aanwijzing voor niet-aangegeven inkomsten. X stelt dat hij nooit eigenaar is geweest van de aangetroffen drugs en dat de inspecteur daarom ten onrechte van een door hem gefinancierde aankoop is uitgegaan.

Hof ’s-Hertogenbosch oordeelt dat de inspecteur de inkoopwaarde van de aangetroffen drugs terecht in de inkomensschatting heeft betrokken. Hoewel niet onomstotelijk vaststaat dat X eigenaar van de drugs was, rechtvaardigen het voorhanden hebben van de drugs, de vondst daarvan in de door hem gehuurde loods en het ontbreken van medeplegen volgens het hof de schatting. Ook de vergrijpboeten zijn terecht opgelegd. Gelet op de vermogensvergelijking en de aangetroffen hoeveelheden drugs staat buiten redelijke twijfel vast dat X inkomsten heeft genoten die niet in zijn aangiften zijn verantwoord. Het hoger beroep is ongegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Algemene wet inzake rijksbelastingen

Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 27E

Instantie: Hof 's-Hertogenbosch

Rubriek: Inkomstenbelasting, Fiscaal bestuurs(proces)recht

Editie: 24 juli

Informatiesoort: VN Vandaag

12

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen