Rechtbank Gelderland oordeelt dat X geen beroep op het vertrouwensbeginsel toekomt op basis van telefonische inlichtingen van de Belastingtelefoon, nu de inspecteur in de regel niet aan onjuiste inlichtingen is gebonden en X de onjuistheid van een dubbele aftrek redelijkerwijs dient te beseffen.

X wint telefonisch inlichtingen in bij de Belastingtelefoon over het invullen van haar aangifte IB/PVV 2022. X voert in haar aangifte verliezen uit eerdere jaren als restant persoonsgebonden aftrek op. De inspecteur legt een voorlopige aanslag op overeenkomstig de aangifte en verrekent daarnaast verliezen uit eerdere jaren. Bij de definitieve aanslag corrigeert de inspecteur de persoonsgebonden aftrek. X maakt bezwaar en stelt dat een medewerker van de Belastingtelefoon haar adviseerde de verliezen als restant persoonsgebonden aftrek op te voeren. In geschil is of X een beroep kan doen op het vertrouwensbeginsel.

Rechtbank Gelderland oordeelt dat X weliswaar aannemelijk maakt dat zij inlichtingen inwint bij de Belastingtelefoon, maar dat dit geen recht geeft op een dubbele aftrek. De hoofdregel is dat de inspecteur niet aan inlichtingen van de Belastingtelefoon is gebonden. Bovendien is de verstrekte informatie zo duidelijk in strijd met een juiste wetstoepassing dat X, die jurist is, redelijkerwijs de onjuistheid dient te beseffen. De rechtbank oordeelt ook dat aan de voorlopige aanslag geen vertrouwen valt te ontlenen, nu X niet aannemelijk maakt dat de inspecteur een weloverwogen standpunt inneemt. Het beroep op het vertrouwensbeginsel slaagt niet.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 30FC

Instantie: Rechtbank Gelderland

Rubriek: Inkomstenbelasting, Fiscaal bestuurs(proces)recht, Belastingrecht algemeen

Editie: 24 juli

Informatiesoort: VN Vandaag

20

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen