X treedt in dienst bij een Italiaanse universiteit voor een driejarig PhD-traject in het kader van een Europees onderzoeksproject. Tot en met 2021 verricht X zijn werkzaamheden in Italië en zegt bij vertrek zijn huurwoning aldaar op. Vervolgens zet X het traject voort aan een Nederlandse universiteit, huurt daar een woning en koopt in 2022 een huis. Na afloop van het PhD-traject treedt X direct in dienst bij de Nederlandse universiteit. In 2022 ontvangt X loon van de Italiaanse universiteit waar hij in Italië geen belasting over betaalt. In geschil is of X recht heeft op aftrek ter voorkoming van dubbele belasting.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat X niet aannemelijk maakt dat hij in 2022 uitsluitend in Nederland verblijft voor wetenschappelijk onderzoek. Art. 20 Verdrag Nederland-Italië vereist tijdelijk verblijf met het uitsluitende doel onderzoek te verrichten. De rechtbank acht in samenhang bezien aannemelijk dat X het centrum van zijn levensbelangen naar Nederland verplaatst, gelet op het opzeggen van de Italiaanse huurwoning, het huren en kopen van een woning in Nederland en het direct in dienst treden bij de Nederlandse universiteit na het PhD-traject. De verdragsvrijstelling vindt geen toepassing.
Wetingang:
Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 4
Instantie: Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Rubriek: Internationaal belastingrecht, Inkomstenbelasting
Editie: 13 augustus
Informatiesoort: VN Vandaag