Hof Den Haag oordeelt dat het Brandweerman-arrest geen ‘nieuwe jurisprudentie’ vormt ten opzichte van het Smeerkuil-arrest. Het hof honoreert het verzoek van X om ambtshalve vermindering en vermindert het belastbaar inkomen.

X ontvangt een invaliditeitsuitkering omdat zijn schouder is beschadigd door een ongeval als vrijwilliger bij de brandweer. De uitkering wordt in de aangiften IB/PVV 2020 verantwoord als loon uit vroegere dienstbetrekking. Naar aanleiding van het Brandweerman-arrest (HR 25 maart 2022, ECLI:NL:HR:2022:444, V-N 2022/15.7) verzoekt X om ambtshalve vermindering van de IB-aanslag door de uitkering buiten beschouwing te laten. De inspecteur is van mening dat het Brandweerman-arrest nieuwe jurisprudentie vormt.

Hof Den Haag oordeelt dat het Brandweerman-arrest geen ‘nieuwe jurisprudentie’ vormt ten opzichte van het Smeerkuil-arrest (HR 29 juni 1983, ECLI:NL:HR:1983:AW9439, V-N 1983/1482). Het hof honoreert het verzoek van X om ambtshalve vermindering en vermindert het belastbaar inkomen. Het hof merkt daarbij op dat de Hoge Raad de hoofdregel, zoals die is geformuleerd in het Smeerkuil-arrest, herhaalt in het Brandweerman-arrest. Verder overweegt het hof nog dat uit het Brandweerman-arrest blijkt dat de uitzondering op de hoofdregel slechts van toepassing is indien en voorzover de werkgever aan zijn erkenning van aansprakelijkheid een hogere vergoeding verbindt dan rechtstreeks uit de aansprakelijkheid voortvloeit. Daarvan is in het geval van X geen sprake.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.80

Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 9.6

Wet op de loonbelasting 1964 artikel 10

Instantie: Hof Den Haag

Rubriek: Inkomstenbelasting, Loonbelasting

Editie: 25 september

Informatiesoort: VN Vandaag

23

Gerelateerde artikelen