Rechtbank Gelderland oordeelt dat vastzitten in de lift kort na aankoop van een woning, ook in combinatie met claustrofobie, geen onvoorziene omstandigheid vormt in de zin van art. 15a lid 4 Wet BRV 1970. De inspecteur heft terecht na tegen het algemene tarief van 10,4%.

X koopt een maisonnette op de eerste en tweede verdieping van een appartementencomplex voor € 318.000. Bij de levering past X het verlaagde tarief van 2% overdrachtsbelasting toe en voldoet € 6265 op aangifte. De dag na levering komt X vast te zitten in de lift van het complex. Wegens eerder ontwikkelde claustrofobie ervaart hij dit als traumatisch. X verkoopt de woning zonder deze als hoofdverblijf te gebruiken. De inspecteur legt een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting op van € 32.581, berekend naar het algemene tarief van 10,4%. X maakt bezwaar; de inspecteur handhaaft de naheffingsaanslag.

In geschil is of het vastzitten in de lift in combinatie met claustrofobie een onvoorziene omstandigheid vormt die toepassing van het verlaagde tarief van 2% rechtvaardigt.

Rechtbank Gelderland oordeelt dat X niet aannemelijk maakt dat sprake is van onvoorziene omstandigheden. De liften zijn op het moment van de koop aanwezig en een tijdelijke storing is inherent aan het gebruik van een lift. Vastzitten in de lift vormt geen bijzondere omstandigheid, ook niet in het licht van de bij X aanwezige claustrofobie. Deze omstandigheden brengen afzonderlijk noch in samenhang mee dat X redelijkerwijs niet in staat is de woning als hoofdverblijf te gebruiken. Structurele gebreken of onveilige situaties zijn evenmin aannemelijk. De naheffingsaanslag is terecht opgelegd.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Wet op belastingen van rechtsverkeer artikel 15A

Instantie: Rechtbank Gelderland

Rubriek: Belastingen van rechtsverkeer

Editie: 13 augustus

Informatiesoort: VN Vandaag

19

Gerelateerde artikelen