X verkrijgt in 2020 een pand met winkelruimte en bovenwoning voor € 2,9 miljoen en voldoet 6% overdrachtsbelasting. Het pand dateert van omstreeks 1800, is een rijksmonument en staat in het monumentenregister geregistreerd als woonhuis. Een detailhandelsbedrijf huurde de winkelruimte en de bovenwoning staat tientallen jaren leeg. Het geldende bestemmingsplan verbiedt wonen op de begane grond vanwege de driejaarsclausule. Na bezwaar splitst de inspecteur de verkrijging in een woongedeelte en een winkelgedeelte, waardoor een deel van het pand onder het 2%-tarief valt. Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat het gehele pand als woning kwalificeert, waarna de inspecteur hoger beroep instelt.
Hof 's-Hertogenbosch oordeelt dat X niet aannemelijk maakt dat het gehele pand oorspronkelijk is ontworpen en gebouwd als woning. Ook blijft het oorspronkelijke doel van het pand onduidelijk. Nu toepassing van de maatstaf van oorspronkelijk ontwerp en bouw niet tot een duidelijke slotsom leidt, komt mede betekenis toe aan publiekrechtelijke voorschriften. Het geldende bestemmingsplan verbiedt wonen op de begane grond vanwege de driejaarsclausule. Op basis daarvan is de aard van de winkelruimte geen woning. De inspecteur belast de verkrijging van de winkelruimte terecht tegen het tarief van 6%. Het hof vernietigt de uitspraak van de rechtbank.
Wetingang:
Wet op belastingen van rechtsverkeer artikel 14
Instantie: Hof 's-Hertogenbosch
Rubriek: Belastingen van rechtsverkeer
Editie: 17 augustus
Informatiesoort: VN Vandaag