Hof Amsterdam oordeelt dat de betaling door A BV van de saneringskosten voor het perceel van dga X een verkapte winstuitdeling vormt. De saneringsplicht rust namelijk op X en er ontbreekt een zakelijke grondslag voor A BV om deze kosten te dragen.

X koopt in 2000 een perceel grond en verplicht zich daarbij tot sanering van de grond voor eigen rekening. De grond wordt ter beschikking gesteld aan A BV. X houdt, indirect, de aandelen in deze vennootschap. Tot 2014 exploiteert A BV een benzinestation en wasstraat op het perceel. In 2013 sluit X een huurovereenkomst met een exploitant van tankstations, Y BV, met betrekking tot het perceel. Daarbij wordt expliciet vermeld dat X voor zijn rekening en risico ervoor zorg zal dragen dat het perceel wordt gesaneerd. Vervolgens vindt in 2014 een sanering plaats en worden de kosten door A BV in aftrek gebracht op haar winst. De inspecteur is van mening dat sprake is van een verkapte winstuitdeling en legt een IB-navorderingsaanslag op aan X.

Hof Amsterdam oordeelt dat de betaling door A BV van de saneringskosten voor het perceel van dga X een verkapte winstuitdeling vormt. De saneringsplicht rust namelijk op X en er ontbreekt een zakelijke grondslag voor A BV om deze kosten te dragen. Het hof overweegt daarbij dat in het huurcontract met Y BV ook expliciet is vermeld dat de saneringskosten voor rekening en risico van X komen. X toont niet aan dat A BV deze verplichting heeft overgenomen. Het hof merkt verder nog op dat er sprake lijkt te zijn van een patroon van gebruikmaken van A BV voor persoonlijke doeleinden van X. De navorderingsaanslag blijft in stand.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 4.12

Algemene wet bestuursrecht artikel 8.42

Instantie: Hof Amsterdam

Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht, Inkomstenbelasting

Editie: 29 september

Informatiesoort: VN Vandaag

6

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen