X is indirect enig aandeelhouder van een BV, die tot in 2014 een benzinestation en wasstraat exploiteert op een stuk grond dat eigendom is van X. In 2015 laat X een schuur bouwen naast zijn woonboerderij. De bouwkosten komen ten laste van de BV. De inspecteur merkt deze uitgaven aan als een winstuitdeling. Daarnaast corrigeert de inspecteur het box 3-inkomen omdat X eind 2014 € 240.000 tijdelijk van privé naar de BV overboekt en dit bedrag begin 2015 weer terugstort (boxhoppen).
Hof Amsterdam oordeelt dat X door het boxhoppen niet de vereiste IB-aangifte over 2015 heeft gedaan, zodat de bewijslast wordt omgekeerd en verzwaard. De bouwkosten van de schuur zijn ten onrechte ten laste gebracht van de BV. X stelt vergeefs dat de schuur demontabel is en uiteindelijk was bedoeld als de nieuwe wasstraat bij het benzinestation. De aanslag is tijdig opgelegd, omdat de inspecteur aannemelijk maakt dat X via de beconregeling van zijn voormalige adviseur uitstel voor het doen van de aangifte heeft genoten. Het beroep van X is ook voor het overige ongegrond.
Wetingang:
Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 16
Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 27E
Instantie: Hof Amsterdam
Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht, Inkomstenbelasting
Editie: 29 september
Informatiesoort: VN Vandaag