De Kennisgroep overdrachtsbelasting stelt dat de samenloopvrijstelling niet van toepassing is bij de verkrijging van aandelen in een onroerendezaakrechtspersoon (OZR) die geen BTW-ondernemer is. De doorkijkbenadering (HR 10 juni 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ7580) is niet van toepassing.

In de onderliggende casus is B BV, een onroerendezaaklichaam (OZR), beherend vennoot en aandeelhouder (0,01%) van C CV. B BV houdt de juridische eigendom van een bouwterrein. Het economische belang bij het bouwterrein is ingebracht in C CV en wordt gebruikt voor projectontwikkeling. Omdat de exploitatie van het bouwterrein binnen de CV plaatsvindt kwalificeert niet B BV, maar C CV als BTW-ondernemer. A BV verkrijgt vervolgens 50% van de aandelen in B BV. Daarmee verkrijgt zij indirect tevens een belang van 0,005% in C CV. Aan de Kennisgroep wordt de vraag gesteld of de samenloopvrijstelling kan worden toegepast op de aandelenverkrijging door een beroep op de doorkijkbenadering (HR 10 juni 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ7580, BNB 2011/219, V-N 2011/32.19).

Wetingang:

Wet op de omzetbelasting 1968 artikel 11

Wet op belastingen van rechtsverkeer artikel 4

Wet op belastingen van rechtsverkeer artikel 10

Wet op belastingen van rechtsverkeer artikel 52

Wet op belastingen van rechtsverkeer artikel 15

[Nieuwsbron]

Rubriek: Belastingen van rechtsverkeer, Omzetbelasting

Regelgevende instantie: Belastingdienst

Editie: 29 juli

Informatiesoort: VN Vandaag

5

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen