X is een VOF die een restaurant exploiteert. In geschil is de naheffingsaanslag omzetbelasting voor de periode van 1 januari 2012 tot en met 31 december 2015. Een van de vennoten van X is door de strafrechter veroordeeld wegens het meermalen plegen van valsheid in geschrifte maar is vrijgesproken van het valselijk doen opmaken van jaarstukken, omdat onvoldoende vast is komen te staan dat de omzet van een tweede kassa bewust buiten de boeken is gehouden. In geschil is of de naheffingsaanslag en de belastingrentebeschikking terecht en juist opgelegd.
Hof ’s-Hertogenbosch oordeelt dat de administratie van X zulke ernstige gebreken bevat dat deze niet als betrouwbare grondslag voor de omzetberekening kan dienen. Daarom geldt omkering en verzwaring van de bewijslast. De door de inspecteur gemaakte omzetberekening berust volgens de rechtbank en het hof op een redelijke schatting, terwijl X niet overtuigend heeft aangetoond dat de omzet lager was. De naheffingsaanslag omzetbelasting kan in stand blijven. De strafrechtelijke vrijspraak doet daaraan niet af. Het hof sluit zich aan bij het oordeel van de rechtbank en voegt daar nog aan toe dat de door X aangehaalde twijfel van de strafkamer over het benadelingsbedrag is geuit in het kader van de straftoemeting en geen deel uitmaakt van de bewijsoverwegingen. Gelet op de vrije bewijsleer in het belastingrecht kan niet worden gezegd dat de rechtbank ten onrechte voorbij is gegaan aan deze overwegingen van de strafkamer. Het hoger beroep van X is ongegrond.
Wetingang:
Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 27E
Instantie: Hof 's-Hertogenbosch
Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht
Editie: 29 juli
Informatiesoort: VN Vandaag