De kennisgroep overdrachtsbelasting verduidelijkt dat de inbrengvrijstelling van art. 15 lid 1 onderdeel e onder 2° Wet BRV 1970 ook van toepassing is op onroerende zaken die geen functie meer vervullen binnen de onderneming, maar voor de inkomstenbelasting nog wel tot het ondernemingsvermogen behoren.

Aanleiding is de vraag van een VOF die bij omzetting naar een BV enkele onroerende zaken bezit die vroeger in de onderneming werden gebruikt, maar inmiddels niet meer dienstbaar zijn aan de bedrijfsvoering.

Centraal staat de uitleg van art. 5 Uitv.besl. BRV 1971, dat voor toepassing van de vrijstelling vereist dat alle activa en passiva die een functie vervullen in de onderneming worden ingebracht. Een strikt grammaticale lezing zou kunnen suggereren dat de vrijstelling niet geldt voor activa zonder ondernemingsfunctie. Volgens de kennisgroep blijkt uit de wetsgeschiedenis echter dat de in 2006 ingevoerde formulering juist bedoeld is als versoepeling van de eerdere eis dat alle ondernemingsactiva moeten worden ingebracht.

Wetingang:

Uitvoeringsbesluit belastingen van rechtsverkeer artikel 5

Wet op belastingen van rechtsverkeer artikel 15

[Nieuwsbron]

Rubriek: Belastingen van rechtsverkeer

Regelgevende instantie: Belastingdienst

Editie: 29 juli

Informatiesoort: VN Vandaag

21

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen