X verkrijgt samen met Y een onroerende zaak bestaande uit een woonhuis met aanhorigheden, ondergrond, erf, tuin en weiland voor € 465.000. De koopprijs is gesplitst in € 375.000 voor de woning en € 90.000 voor het weiland. Op het tijdstip van verkrijging is het weiland in gebruik bij een derde die het weiland tegen een financiële vergoeding gebruikt. X voldoet 2% overdrachtsbelasting voor de woning (€ 7500) en 10,4% voor het weiland (€ 9360). X maakt bezwaar tegen de voldoening op aangifte voor het weiland. De inspecteur verklaart het bezwaar ongegrond. X gaat in beroep.
Rechtbank Gelderland oordeelt dat voor kwalificatie als aanhorigheid beslissend is of het weiland bij de woning behoort, daarbij in gebruik is en daaraan dienstbaar is. Omdat het weiland op het tijdstip van verkrijging in gebruik is bij een derde, kwalificeert het niet als aanhorigheid. De bedoeling van de verkrijger om het weiland bij de woning te gaan gebruiken is niet relevant. Ook de WOZ-objectafbakening als één object heeft geen betekenis voor de vraag of sprake is van een aanhorigheid voor de overdrachtsbelasting. Het tarief van 10,4% is terecht toegepast.
Wetingang:
Wet op belastingen van rechtsverkeer artikel 14
Instantie: Rechtbank Gelderland
Rubriek: Belastingen van rechtsverkeer
Editie: 4 augustus
Informatiesoort: VN Vandaag