In de voorgelegde casus participeert het management van Target BV via een STAK in X Tussenholding BV. Het geplaatste aandelenkapitaal van X Tussenholding BV bestaat uit gewone en cumulatief preferente aandelen. De andere aandeelhouder, Investment BV, houdt de cumulatief preferente aandelen in X Tussenholding BV met een jaarlijkse vergoeding van 12%. Bij aanvang vertegenwoordigen de gewone aandelen iets meer dan 10% van het totale geplaatste aandelenkapitaal, waardoor niet wordt voldaan aan de zogenoemde 10/90-verhouding. De vergoeding op de cumulatief preferente aandelen wordt jaarlijks bijgeschreven op het aandelenkapitaal. Hierdoor neemt de omvang van het preferente kapitaal toe, waardoor de gewone aandelen na verloop van tijd minder dan 10% van het totale kapitaal vertegenwoordigen. Aan de Kennisgroep wordt onder andere gevraagd of de bijgeschreven vergoeding op de cumulatief preferente aandelen meetelt voor de financieringstoets lucratief belang.
Volgens de Kennisgroep moet een bijgeschreven vergoeding die vervolgens zelf weer deelt in toekomstige vergoedingen, worden beschouwd als feitelijk gestort kapitaal. Bij de financieringstoets telt deze bijschrijving daarom mee voor het bepalen van de verhouding tussen de gewone aandelen en de cumulatief preferente aandelen. Niet-uitgekeerde bedragen die slechts als gewone vordering of dividendreserve worden aangemerkt en niet deelnemen in toekomstige rendementen, blijven voor de financieringstoets buiten beschouwing.
Wetingang:
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.92B
Rubriek: Inkomstenbelasting
Regelgevende instantie: Belastingdienst
Editie: 4 augustus
Informatiesoort: VN Vandaag
Focus: Focus