X verkoopt in 2015 een onroerende zaak voor € 675.000 en bedingt daarbij een terugkooprecht. Op 16 april 2024 oefent X dit recht uit en verkrijgt de onroerende zaak voor dezelfde prijs van € 675.000. Een onafhankelijke taxateur stelt de marktwaarde voorafgaand aan de verkrijging vast op € 1 miljoen. X voldoet € 104.000 aan overdrachtsbelasting over die getaxeerde waarde. Op 3 juni 2024 verkoopt X de onroerende zaak door aan een derde voor € 780.000. X maakt bezwaar tegen de voldoening; de inspecteur verklaart het bezwaar ongegrond. In geschil is of de maatstaf van heffing voor de overdrachtsbelasting € 1 miljoen of € 780.000 bedraagt.
Rechtbank Gelderland oordeelt dat de inspecteur aannemelijk maakt dat de waarde in het economische verkeer hoger is dan de tegenprestatie. X koopt de onroerende zaak terug voor een onzakelijke prijs die gelijk is aan de verkoopprijs van bijna negen jaar eerder. Een onafhankelijke taxateur waardeert de onroerende zaak op € 1 miljoen. De latere doorverkoop voor € 780.000 verandert dit oordeel niet, omdat X bij de verkoop prioriteit geeft aan de keuze van haar buurman en niet aan de prijs. Bovendien berekent X de doorverkoopprijs als de koopprijs vermeerderd met de afgedragen overdrachtsbelasting, zodat deze niet de waarde in het economische verkeer weerspiegelt.
Instantie: Rechtbank Gelderland
Rubriek: Belastingen van rechtsverkeer
Editie: 10 augustus
Informatiesoort: VN Vandaag