Rechtbank Gelderland oordeelt dat pas bezwaar is gemaakt toen bleek dat de verdeling van het box 3-vermogen voor de toeslagen zeer ongunstig uitpakte. De reden om bezwaar te maken is na het verstrijken van de bezwaartermijn opgekomen en kan niet tot verschoonbaarheid van de termijnoverschrijding leiden.

X1 en X2 zijn vanaf oktober 2023 geregistreerd partners van elkaar. In hun IB-aangiften over dat jaar is het box 3 vermogen geheel toegerekend aan X1. In juli 2024 is van X1 € 4810 aan toeslagen teruggevorderd, omdat het vermogen van € 216.754 boven de vermogensgrens is. Er wordt bezwaar gemaakt tegen de aanslagen en X1 en X2 dienen nieuwe aangiften in, waarbij het box 3-vermogen voor slechts € 33.609 aan X1 is toegerekend. In geschil is of de bezwaren terecht niet-ontvankelijk zijn verklaard en of de verzoeken om ambtshalve vermindering terecht zijn afgewezen.

Rechtbank Gelderland oordeelt dat pas bezwaar is gemaakt toen X1 en X2 beseften dat de verdeling van het vermogen voor de toeslagen zeer ongunstig uitpakte. De reden om bezwaar te maken is na het verstrijken van de bezwaartermijn opgekomen en kan dus niet tot verschoonbaarheid van de termijnoverschrijding leiden. De verzoeken om ambtshalve vermindering zijn terecht afgewezen, omdat de aanslagen al onherroepelijk vaststaan en de verdeling van het vermogen niet meer kan worden gewijzigd. De beroepen zijn ongegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Algemene wet bestuursrecht artikel 6.11

Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 2.17

Instantie: Rechtbank Gelderland

Rubriek: Inkomstenbelasting, Fiscaal bestuurs(proces)recht

Editie: 10 augustus

Informatiesoort: VN Vandaag

Focus: Focus

63

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen