Voor de eerste aangifteperiode onder de Wet minimumbelasting 2024 worden tijdelijk geen verzuimboeten opgelegd voor te late aangiften of betalingen. Deze coulanceregeling geldt tot en met 31 oktober 2026 en houdt verband met internationale implementatie- en systeemtechnische opstartproblemen. Vanaf 1 november 2026 kunnen dergelijke verzuimen weer regulier worden beboet.
Verder introduceert het besluit nieuwe beleidsregels voor vergrijpboeten bij het niet nakomen van informatieverplichtingen die voortvloeien uit DAC7, DAC8 en DAC9. Zo wordt een afzonderlijk boeteregime opgenomen voor binnenlandse informatieverplichtingen uit art. 67fa AWR en voor verplichtingen rond de bijheffing-informatieaangifte onder de Wet minimumbelasting 2024. In beide gevallen kan bij opzet of grove schuld een vergrijpboete worden opgelegd.
Ook wordt het boetebeleid voor internationale informatieverplichtingen onder de Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen (WIB) aangepast aan de met DAC8 ingevoerde hogere wettelijke boetemaxima. Daarnaast worden enkele achterhaalde verwijzingen en omissies in het BBBB gecorrigeerd.
Het nieuwe besluit treedt grotendeels in werking op 8 augustus 2026.
Wetingang:
Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst
Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst
Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst
Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst
Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 67FA
Wet op de internationale bijstandsverlening bij de heffing van belastingen artikel 11
Algemene wet bestuursrecht artikel 4.81
Wet minimumbelasting 2024 artikel 13.3
Wet minimumbelasting 2024 artikel 14.3
Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht
Regelgevende instantie: Ministerie van Financiën
Editie: 10 augustus
Informatiesoort: VN Vandaag