In de voorgelegde situatie wil vader zijn indirecte belang in een werkmaatschappij overdragen aan één van zijn kinderen. Daartoe wordt de werkmaatschappij via een juridische afsplitsing ondergebracht in een nieuw opgerichte vennootschap, waarvan de aandelen vervolgens worden geschonken. Om de waarde van deze schenking gelijk te trekken met een andere schenking aan een tweede kind, wordt bij de afsplitsing een schuldverhouding gecreëerd tussen de holding en de nieuwe vennootschap.
Volgens de kennisgroep kan een dergelijke vordering niet tot het afgesplitste vermogen behoren, omdat zij pas op het moment van de splitsing ontstaat. Ook is geen sprake van een toegestane bijbetaling in de zin van het Burgerlijk Wetboek. Omdat tegenover de schuld geen tegenprestatie staat, verarmt de nieuw opgerichte vennootschap ten gunste van de holding. De kennisgroep kwalificeert dit als een winstuitdeling, mits aan de overige voorwaarden daarvoor is voldaan. Voor de aandeelhouder leidt dit tot een regulier voordeel, belast in box 2. Aansluitend is sprake van een informele kapitaalstorting in de holding.
Wetingang:
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 4.12
Rubriek: Inkomstenbelasting
Regelgevende instantie: Belastingdienst
Editie: 17 augustus
Informatiesoort: VN Vandaag