Skatteforvaltningen, de Deense Belastingdienst, is van mening dat er door Canadese pensioenfondsen, X, en enkele rechtspersonen grootschalige dividendfraude is gepleegd. Hierdoor is volgens de Deense Belastingdienst voor € 12,7 mln. aan dividendbelasting ten onrechte terugbetaald. In Canada is de Deense Belastingdienst daarom een procedure gestart waarin om betaling van de terugbetaalde dividendbelasting wordt gevraagd. In Denemarken loopt ook een procedure en in Nederland vordert de Deense Belastingdienst een verklaring voor recht dat X en de rechtspersonen naar Deens recht onrechtmatig hebben gehandeld vanwege hun betrokkenheid bij de dividendfraude en vordert zij schadevergoeding. X en de rechtspersonen vragen om de vorderingen aan te houden in afwachting van de uitkomst van de procedures in Canada en Denemarken. De civiele kamer van Rechtbank Noord-Holland beslist tot het aanhouden van de zaak. Of zij hebben gefraudeerd is volgens de rechtbank onder andere afhankelijk van procedures die in Canada en Denemarken worden gevoerd. Bij deze stand van zaken vergt een goede rechtsbedeling volgens de rechtbank om aanhouding van de hoofdzaak in afwachting van de uitkomst van de Deense en Canadese procedures. De Deense Belastingdienst gaat in hoger beroep.
De civiele kamer van Hof Amsterdam wijst het verzoek tot aanhouding van de zaak die de Deense Belastingdienst aanbrengt in verband met grootschalige dividendfraude door X en enkele rechtspersonen af. Het hof overweegt daarbij ten eerste dat de procedure in Denemarken, waarbij is geoordeeld dat de Canadese pensioenfondsen geen recht hadden op teruggaaf van dividendbelasting, inmiddels is geëindigd. Deze Deense procedure vormt dan dus geen reden meer om de onderhavige procedure aan te houden. Vervolgens overweegt het hof dat een onherroepelijk oordeel in de Canadese procedure nog jaren op zich laat wachten en dat een oordeel in de Canadese procedure niet strikt noodzakelijk is voor de beoordeling van de vorderingen van de Deense Belastingdienst jegens X e.a. in deze procedure. Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank.
Wetingang:
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering artikel 843A
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering artikel 22
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering artikel 12
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering artikel 7
Instantie: Hof Amsterdam
Rubriek: Internationaal belastingrecht, Belastingrecht algemeen, Fiscaal bestuurs(proces)recht, Dividendbelasting
Editie: 17 augustus
Informatiesoort: VN Vandaag