Hof Amsterdam oordeelt dat er geen concrete geldstroom is geweest die destijds aan de VPB-navordering ten grondslag was opgelegd. De civiele vorderingen van de Staat worden daarom afgewezen.

Marsannay SA was statutair in Luxemburg gevestigd en haar enige aandeelhouder, de heer A, woonde in Nederland. De directie over Marsannay SA werd gevoerd door een trustkantoor in Luxemburg. Marsannay SA is in 2004 ontbonden en vereffend op de Britse Maagdeneilanden. De belastingkamer van Hof Amsterdam oordeelt in 2012 met omkering en verzwaring van de bewijslast dat de aan Marsannay SA over 1996 opgelegde VPB-navorderingsaanslag en vergrijpboete terecht zijn. De opbrengsten van twee buitenlandse transacties zijn namelijk weggesluisd (zie V-N 2013/16.9). In geschil is of de Nederlandse Staat de betrokkenen vervolgens civiel aansprakelijk kan stellen.

Hof Amsterdam wijst de vorderingen van de Staat af omdat onvoldoende is aangetoond dat er een concrete geldstroom is geweest die aan de navordering ten grondslag was opgelegd. De afwijzing laat onverlet dat de betrokkenen onrechtmatig jegens de Belastingdienst hebben gehandeld door structureel Belgische kasgeldvennootschappen aan het zicht te onttrekken. De tegenvorderingen van de betrokkenen worden daarom ook afgewezen.

[Bron Uitspraak]

Instantie: Hof Amsterdam

Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht, Verbintenissenrecht, Vennootschapsbelasting

Editie: 13 juli

Informatiesoort: VN Vandaag

17

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen