De Hoge Raad oordeelt dat (de terugwerkende kracht van) art. 1.6a Wmw de gerechtvaardigde verwachtingen van mede-eigenaren niet heeft aangetast. Het was voor mede-eigenaren tijdig duidelijk op welke wijze zij in 2020 in de verhuurderheffing betrokken zouden worden.

Stichting X is in 2020 enig-eigenaar van 8296 sociale huurwoningen en mede-eigenaar van 25 van dergelijke woningen. X is het niet eens met de verhuurderheffing 2020. Zij is het namelijk niet eens met de terugwerkende kracht uit de reparatiewetgeving (art. 1.6a Wmw) die is ingevoerd naar aanleiding van het arrest van de Hoge Raad van 8 juni 2018 (16/04098, ECLI:NL:HR:2018:846, V-N 2018/31.21). Hof Den Haag oordeelt dat de terugwerkende kracht niet onrechtmatig is. Volgens het hof waren mede-eigenaren in 2020 niet ontheven van de verhuurderheffingsplicht. Van discriminatie van enig-eigenaren ten opzichte van mede-eigenaren is dan geen sprake. X gaat in cassatie.

De Hoge Raad oordeelt dat (de terugwerkende kracht van) art. 1.6a Wmw de gerechtvaardigde verwachtingen van mede-eigenaren niet heeft aangetast. Het was voor mede-eigenaren tijdig duidelijk op welke wijze zij in 2020 in de heffing betrokken zouden worden. De Hoge Raad wijst er daarbij op dat het gezien de inhoud van de brief van 20 december 2019, waarin de reparatiewetgeving werd aangekondigd, voor mede-eigenaren duidelijk moet zijn geweest dat zij voor het jaar 2020 naar rato van de waarde van hun mede-eigendom in de verhuurderheffing zouden worden betrokken. Op 1 januari 2020 was het dan ook voor mede-eigenaren voorzienbaar dat van hen voor het jaar 2020 verhuurderheffing zou worden geheven. Verder is van belang dat mede-eigenaren in de periode voorafgaand aan de brief van 20 december 2019 niet in goed vertrouwen ervan mochten uitgaan dat de wetgever de situatie die door het arrest van de Hoge Raad van 8 juni 2018 werd gecreëerd, zou laten voortduren. Met de invoering van de reparatiewet met terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2020 is namelijk voorzien in herstel van het door de Hoge Raad in het arrest van 8 juni 2018 geconstateerde gebrek. Het hof heeft volgens de Hoge Raad verder terecht geoordeeld dat bij de toekenning van terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2020 aan de reparatiewet jegens mede-eigenaren in het algemeen, dus op regelniveau, een fair balance in acht is genomen. De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Wet maatregelen woningmarkt 2014 II artikel 1.6A

Instantie: Hoge Raad

Rubriek: Verhuurderheffing, Fiscaal bestuurs(proces)recht

Editie: 13 juli

Informatiesoort: VN Vandaag

14

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen