Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat de inspecteur voor 2015 niet aannemelijk maakt een nieuw feit te hebben, omdat hij de betreffende gegevens van de ex-man ten onrechte niet als gedingstuk heeft ingebracht. De navorderingsaanslag van 2015 wordt vernietigd.

X is moeder van twee dochters en een zoon. De oudste dochter is chronisch ziek. In 2014 is X gescheiden. X blijft met de kinderen in de gezamenlijke woning achter en zij betaalt hiertoe huur aan haar ex-man. X krijgt partneralimentatie en de ex-man blijft zich inspannen om de gezamenlijke hypotheeklasten te betalen. Alle belastingteruggaven worden gestort op een bankrekening die op haar naam staat. Naar aanleiding van de alimentatieaftrek van de man stelt de inspecteur dat X in 2015 te weinig alimentatie heeft aangegeven. In geschil zijn de (navorderings)aanslagen over 2015 tot en met 2019. Volgens Rechtbank Gelderland is het beroep tegen de aanslag van 2015 wegens termijnoverschrijding niet-ontvankelijk en zijn de overige beroepen ongegrond. X gaat in hoger beroep. Kort voor de zitting blijkt dat het beroep van 2015 in eerste aanleg toch ontvankelijk was.

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat de inspecteur voor 2015 niet aannemelijk maakt een nieuw feit te hebben, omdat hij de betreffende gegevens van de ex-man ten onrechte niet als gedingstuk heeft ingebracht. De navorderingsaanslag van 2015 wordt vernietigd. Dit geldt eveneens voor 2019, omdat de inspecteur heeft verzuimd vóór het opleggen van de primitieve aanslag het digitale dossier te raadplegen. Voor de overige jaren is de hoogte van de alimentatie terecht gecorrigeerd met het deel van de belastingteruggaven dat aan de ex-man toekomt. Ondanks dat X in 2017 en 2018 de volledige hypotheeklasten heeft betaald, kan zij slechts de helft aftrekken. Voor het vervoer van haar zieke dochter maakt X niet aannemelijk dat hiertoe kosten op haar drukken. X gebruikt namelijk de auto van haar ex-man en heeft alleen benzinekosten betaald, waarvan niet duidelijk is welk deel op het ziekenvervoer ziet. Wegens het overschrijden van de redelijke termijn krijgt X een immateriële schadevergoeding van € 4000.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Algemene wet bestuursrecht artikel 8.42

Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.111

Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.100

Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.101

Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 6.17

Instantie: Hof Arnhem-Leeuwarden

Rubriek: Inkomstenbelasting, Fiscaal bestuurs(proces)recht

Editie: 17 augustus

Informatiesoort: VN Vandaag

14

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen