Het is zover. De Vox populi, of kortweg voxpop, die in de journalistiek al geruime tijd zijn intrede heeft gemaakt, heeft nu ook het belastingrecht bereikt. Het Centraal Planbureau (CPB) heeft namelijk recent een ‘studie’ gepubliceerd naar de erf- en schenkbelasting met de, op het eerste gezicht, verrassende conclusie dat het merendeel van de Nederlandse bevolking voorstander is van een hogere erf- en schenkbelasting. Ervan uitgaande dat de meeste Nederlanders liever minder dan meer belasting betalen, is dit eufemistisch gezegd een bijzondere conclusie.

Hoe komt het CPB bij deze conclusie? Simpel: je vraagt het gewoon aan de Nederlander. Het onderzoek betreft namelijk een enquête, waaraan 4.501 respondenten hebben meegedaan, zo schrijft het CPB. Iedereen snapt dat dit wel een heel kleine doorsnee van de Nederlandse bevolking is. En dan wil je natuurlijk vooral weten wie deze respondenten zijn, met name of ze zelf zodanig vermogend zijn dat hun erfgenamen bij hun overlijden een substantieel bedrag aan erfbelasting zullen betalen. Want het is natuurlijk nogal gemakkelijk om te antwoorden dat je voor een hogere erfbelasting bent als het jou of je erfgenamen niet raakt. Maar helaas, daar zegt het CPB-rapport niks over. Wel blijkt uit het rapport dat de groep die erf- en schenkbelasting betaalt, vrij klein is. De kans dat bij die 4.501 respondenten veel mensen zitten die geraakt worden door de erf- en schenkbelasting, is dan eveneens vrij klein.

Vergeet de inkomstenbelasting niet!

Nu ben ikzelf helemaal niet tegen een (hogere) erf- en schenkbelasting. Dat is voor mij ook helemaal niet zo moeilijk, want ik heb geen noemenswaardig vermogen, geef ik toe, dus mij en mijn erfgenamen raakt het amper. Wat ik wel mis in dit onderzoek, is het nauwe blikveld. Er wordt enkel naar de erf- en schenkbelasting gekeken en niet ook naar de inkomstenbelasting die bij overlijden en schenken ook is verschuldigd. Weliswaar bij een ander subject en soms over een andere grondslag maar wel samenhangend met overlijden en schenken. Als men het dan heeft over de belastingheffing wegens overlijden en schenken, moet men deze inkomstenbelastingheffing naar mijn mening daarin ook meenemen. En mijn vraag is of het CPB dit duidelijk aan die 4.501 respondenten heeft voor- en uitgelegd. Uit het rapport blijkt dit niet. Dat lijkt zich enkel te focussen op de erf- en schenkbelasting.

Maar die belasting is dus maar het halve verhaal. En de tarieven zijn in de inkomstenbelasting ook nog eens fors hoger dan in de erf- en schenkbelasting, althans tussen ouders en kinderen, wat de meest voorkomende erfenissen en schenkingen zijn, zo blijkt uit het CPB-rapport.

Hoge belastingheffing over beleggingsvermogen bij overlijden en schenken

Nu bestaan er in de inkomstenbelasting voor ondernemingsvermogen in box 1 en in box 2 doorschuifregelingen en geldt daarvoor in de erf- en schenkbelasting een grote vrijstelling van 75% (en 100% tot ongeveer € 1,5 mln.), de welbekende BOR. Het ondernemingsvermogen wordt bij overlijden en schenken inderdaad erg laag belast, namelijk met maximaal 5% (≤25% * ≤20%, ouder-kindtarief) erf- of schenkbelasting.

Voor beleggingsvermogen in box 2 en box 3 bestaan deze doorschuifregelingen niet en geldt in de erf- en schenkbelasting ook niet de BOR. Beleggingsvermogen wordt in box 2 dus belast met ≤31% inkomstenbelasting en daarbovenop nog eens met erf- of schenkbelasting van ≤20%, in totaal (afgerond) ≤45% 1. In box 3 bedraagt die totale heffing, bij een integrale vermogenswinstbelasting over al het box 3-vermogen  2, zelfs (afgerond) ≤49%  3. En onder beleggingsvermogen vallen niet alleen spaargelden en aandelen- en obligatiebeleggingen maar ook verhuurd vastgoed. Vastgoed heeft bij overlijden en schenken dus een fikse belastingheffing te verwerken.

De eigen woning is hierbinnen een verhaal apart. Die wordt bij overlijden en schenken in de inkomstenbelasting namelijk helemaal niet belast. En dan resulteert dus enkel de erf- of schenkbelasting. Het is dan niet gek dat het CPB-rapport concludeert dat een groot deel van de erfbelastingopbrengst bestaat uit de heffing over de eigen woning. Aangezien eigenwoningbezit wijd verspreid is onder de Nederlandse bevolking en ondernemingsvermogen dus amper wordt belast, had ik dat ook zonder dit onderzoek wel kunnen vertellen.

Totaalbeeld

Bij overlijden en schenken levert dit dus het volgende totaalbeeld op:

  1. ondernemingsvermogen: ≤5% erf- of schenkbelasting;
  2. eigen woning: ≤20% erf- of schenkbelasting;
  3. beleggingsvermogen: ≤45% (box 2) of ≤49% (box 3) inkomsten- én erf- of schenkbelasting.

Dus voor diegenen die in het CPB-onderzoek voorstander zijn van een hogere belasting bij overlijden en schenken, heb ik goed nieuws. Voor beleggingsvermogen is die hogere belasting er dus al! Nergens uit het CPB-rapport blijkt dat deze cumulatie met de inkomstenbelasting over beleggingsvermogen bij overlijden en schenken is meegenomen in het onderzoek. Sterker nog, het CPB kan niet eens zeggen of de respondenten überhaupt wel enig idee hebben van hoe hoog de huidige erf- en schenkbelasting is en hoe die is vormgegeven. Dan is zo’n onderzoek toch op drijfzand gebaseerd?

Ons belastingstelsel is moeilijk en ingewikkeld, dat kan niemand ontkennen, en dan ga je dus de (virtuele) straat op, duwt een willekeurige voorbijganger een microfoon onder de neus en vraagt hem, zonder enige nadere uitleg, of de erf- en schenkbelasting omhoog moet. Wat denk je dat die dan zal antwoorden? De kans dat je op deze wijze een vermogend persoon treft die de erf- en schenkbelasting serieus raakt, is immers nagenoeg nihil.

Kortom, voordat we de erf- en schenkbelasting gaan verhogen, moeten we wat mij betreft eerst de discussie voeren of de vrijstelling voor ondernemingsvermogen niet veel te ruim is en of we in box 3 niet eens inkomstenbelasting moeten gaan heffen over eigenwoningwinsten. Pas daarna komt een algehele verhoging van de erf- en schenkbelasting in beeld. Die treft nu namelijk vooral beleggingsvermogen en dat wordt al zwaar belast!

-------------------------------------

1  31% + 20% -/- (20% *31%).
2  Vanaf 2028 geldt de vermogenswinstbelasting (VWB) enkel nog voor aandelen in start- en scale-ups en voor onroerende zaken, maar op enig moment zal die VWB voor alle portfoliobeleggingen gelden.
3  36% + 20% -/- (20% * 36%).

Informatiesoort: Column

Rubriek: Inkomstenbelasting, Schenk- en erfbelasting

Focus: Focus

35

Gerelateerde artikelen