X is eigenaar van haar voormalig ouderlijke huis, dat zij als enig erfgename verkrijgt. Zij staat in 2021 en 2022 in een andere gemeente ingeschreven, waar zij duurzaam verblijft en werkt. De heffingsambtenaar legt aanslagen forensenbelasting op voor 2021 en 2022. X maakt bezwaar en gaat in beroep. In geschil is of de heffing van forensenbelasting in strijd is met art. 8 EVRM of art. 1 EP EVRM.
Hof 's-Hertogenbosch oordeelt dat X haar hoofdverblijf heeft in de gemeente waar zij duurzaam verblijft en werkt. Het hof verwerpt het beroep op art. 8 EVRM. Ondanks dat een tweede woning vanwege emotionele banden is aan te merken als ‘woning’ in de zin van art. 8 EVRM, betekent dit niet dat geen belasting zou mogen worden geheven. Belastingheffing valt in beginsel onder de uitzondering van art. 8 lid 2 EVRM, tenzij de heffing een inbreuk vormt op het recht van eigendom als bedoeld in art. 1 EP EVRM. Hiervan is geen sprake omdat X niet cijfermatig onderbouwt dat de last zich in haar geval sterker laat voelen dan in het algemeen.
Wetingang:
Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden artikel 8
Instantie: Hof 's-Hertogenbosch
Rubriek: Belastingen van lagere overheden
Editie: 23 juli
Informatiesoort: VN Vandaag