X doet in 2022 aangifte BPM voor een Audi met eerste toelating in 2020. De taxateur bepaalt de historische nieuwprijs op € 191.857 en de handelsinkoopwaarde in beschadigde staat op € 45.306, rekening houdend met herstelkosten van € 32.776. De inspecteur legt een naheffingsaanslag BPM, gebaseerd op een DRZ-rapport dat niet meer dan normale gebruiksschade constateert. X gaat in beroep.
Rechtbank Gelderland oordeelt dat de koerslijstmethode niet kan worden gebruikt om de handelsinkoopwaarde hoger vast te stellen zonder concrete onderbouwing. X maakt niet aannemelijk dat rekening moet worden gehouden met meer dan normale gebruiksschade. De taxatiemethode valt daardoor af. Maar de blote stelling van de inspecteur dat een hogere historische nieuwprijs moet leiden tot een hogere handelsinkoopwaarde is onvoldoende om de koerslijstwaarde ter zijde te schuiven. De rechtbank stelt de handelsinkoopwaarde vast op € 79.173 en vermindert de naheffingsaanslag.
Wetingang:
Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992 artikel 10
Instantie: Rechtbank Gelderland
Rubriek: Belastingheffing van motorrijtuigen
Editie: 23 juli
Informatiesoort: VN Vandaag